De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 3
  8 toch had u getrouw moeten zijn; en Hij zou zijn arm hebben uitgestrekt en u hebben beschermd tegen al de brandende apijlen van de btegenstander; en Hij zou in alle tijden van cnood bij u zijn geweest.

Voetnoten
8a
Ef. 6:16.
1 Ne. 15:24.
  24 En ik zeide tot hen dat die het awoord Gods was; en wie ook naar het woord Gods luisterden en zich eraan bvasthielden, zouden nimmer verloren gaan; evenmin konden de cverzoekingen en brandende dpijlen van de etegenstander hen overweldigen en verblinden om hen weg te voeren naar de ondergang.
LV 27:17.
  17 en neemt het schild des geloofs, waarmee gij al de abrandende pijlen van de goddelozen zult kunnen doven;
b
c
Alma 38:5.
  5 En nu, mijn zoon Shiblon, wil ik dat gij bedenkt dat gij, naarmate gij uw avertrouwen in God stelt, in diezelfde mate zult worden bbevrijd uit uw bezoekingen en uw czorgen en uw benauwingen, en ten laatsten dage zult worden verhoogd.