De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 3
  7 Welnu, zie, u had de mens niet meer moeten avrezen dan God. Want hoewel de mensen de raadgevingen van God als niets achten en zijn woorden bverachten

Voetnoten
7a
Ps. 27:1.
Luc. 9:26.
LV 122:9.
  9 Welnu, houd vol op uw weg, en het priesterschap zal met u ablijven; want hun bgrenzen zijn vastgesteld, zij kunnen die niet overschrijden. Uw cdagen zijn bekend en uw jaren zullen niet verminderd worden; daarom, dvrees niet wat de mens kan doen, want God zal met u zijn tot in alle eeuwigheid.
b
Lev. 26:42–43.
1 Ne. 19:7.
  7 Want de dingen die sommigen van grote waarde achten, voor zowel het lichaam als de ziel, achten anderen als aniets en treden die onder de voeten. Ja, zelfs de God Israëls btreden de mensen onder de voeten; ik zeg: treden zij onder de voeten, maar ik zal andere woorden gebruiken: zij achten Hem als niets en luisteren niet naar de stem van zijn raadgevingen.
Jakob 4:8–10.
  8 Zie, groot en wonderlijk zijn de werken des Heren. Hoe aondoorgrondelijk zijn de diepten van zijn bverborgenheden; en het is de mens onmogelijk al zijn wegen te ontdekken. En niemand ckent zijn dwegen, tenzij die hem worden geopenbaard; daarom, broeders, veracht de openbaringen Gods niet.