De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
De
Leer en Verbonden
AFDELING 3
  20 en dat de aLamanieten kennis omtrent hun vaderen zullen krijgen en dat zij de beloften des Heren zullen kennen en dat zij het evangelie zullen bgeloven en cvertrouwen op de verdiensten van Jezus Christus en worden dverheerlijkt door het geloof in zijn naam, en dat zij door hun bekering zullen worden gered. Amen.

Voetnoten
20a
2 Ne. 30:3–6.
  3 Welnu, ik wil nog iets meer profeteren over de Joden en de andere volken. Want wanneer het boek waarover ik gesproken heb, tevoorschijn is gekomen en is geschreven voor de andere volken en wederom in de hoede des Heren verzegeld, zullen er velen zijn die de geschreven woorden ageloven; en zij zullen ze tot het overblijfsel van ons nageslacht bbrengen.
LV 28:8.
  8 En nu, zie, Ik zeg u dat u naar de aLamanieten zult gaan en mijn bevangelie tot hen zult prediken; en voor zoverre zij uw leringen aanvaarden, zult gij mijn kerk onder hen vestigen; en gij zult openbaringen ontvangen, maar gij zult die niet bij wijze van gebod opschrijven.
LV 49:24.
  24 Maar voordat de grote dag des Heren komt, zal aJakob in de wildernis gedijen, en de Lamanieten zullen bbloeien als een roos.
b
Mrm. 3:19–21.
  19 En ik schrijf eveneens aan het overblijfsel van dit volk, dat ook zal worden geoordeeld door de atwaalf die Jezus in dit land heeft gekozen; en die zullen worden geoordeeld door de andere twaalf die Jezus in het land Jeruzalem heeft gekozen.
c
2 Ne. 31:19.
  19 En nu, mijn geliefde broeders, wanneer gij dat enge en smalle pad hebt betreden, wil ik vragen of daarmee alles is agedaan? Zie, ik zeg u, neen; want zover zijt gij alleen gekomen dankzij het woord van Christus, met onwrikbaar bgeloof in Hem, u geheel cverlatend op de verdiensten van Hem die machtig is om te redden.
Mro. 6:4.
  4 En wanneer zij tot de doop waren toegelaten en de macht van de Heilige Geest op hen had ingewerkt en hen had agereinigd, werden zij onder het volk van de kerk van Christus gerekend; en hun bnaam werd opgeschreven, zodat zij bekend zouden blijven en gevoed worden door het goede woord Gods, om hen op het rechte pad te houden, om hen voortdurend het gebed cindachtig te doen zijn, alleen dvertrouwend op de verdiensten van Christus, die de ebron en voleinder was van hun geloof.
d
Mro. 7:26, 38.
  26 En nadat Hij was gekomen, werden de mensen eveneens gered door geloof in zijn naam; en door geloof worden zij zonen van God. En zowaar Christus leeft, heeft Hij deze woorden tot onze vaderen gesproken, zeggende: aWat gij de Vader ook in mijn naam zult vragen, dat goed is, vol vertrouwen gelovende dat gij zult ontvangen, zie, het zal u geschieden.