De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 3
  18 en dat agetuigenis zal ter kennis komen van de bLamanieten en de Lemuëlieten en de Ismaëlieten, die in ongeloof zijn cverkommerd wegens de ongerechtigheid van hun vaderen, van wie de Heer geduld heeft dat zij hun broeders, de Nephieten, dvernietigden wegens hun ongerechtigheden en hun gruwelen.

Voetnoten
18a
b
2 Ne. 5:14.
  14 En ik, Nephi, nam het azwaard van Laban en maakte naar dat voorbeeld vele zwaarden, voor het geval het volk dat nu de bLamanieten werd genoemd, ons zou overvallen en vernietigen; want ik kende hun haat tegen mij en mijn kinderen en degenen die mijn volk werden genoemd.
Enos 1:13–18.
  13 En nu, zie, dit was het verlangen dat ik van Hem verlangde: dat als mijn volk, de Nephieten, tot overtreding verviel en op enigerlei wijze werd avernietigd, en de Lamanieten niet werden vernietigd, dat de Here God een kroniek van mijn volk, de Nephieten, zou bbewaren, zo nodig zelfs door de kracht van zijn heilige arm, opdat deze te eniger tijd in de toekomst voor de Lamanieten ctevoorschijn zou worden gebracht, zodat zij misschien tot het dheil zouden worden gebracht —
c
2 Ne. 26:15–16.
  15 Wanneer mijn nageslacht en het nageslacht van mijn broeders in ongeloof verkommerd zullen zijn en door de andere volken zullen zijn geslagen; ja, wanneer de Here God Zich rondom tegen hen zal hebben gelegerd, en met een schans het beleg tegen hen zal hebben geslagen en vestingen tegen hen zal hebben opgeworpen; en wanneer zij diep in het stof zullen zijn neergeworpen, zodat zij zelfs niet bestaan, dan zullen toch de woorden der rechtvaardigen worden geschreven, en zullen de gebeden der getrouwen worden verhoord, en allen die in ongeloof zijn verkommerd, zullen niet worden vergeten.
d
Mrm. 8:2–3.
  2 En nu geschiedde het na de agrote en ontzettende slag bij Cumorah, zie, dat de Nephieten die naar het zuidelijke land waren ontkomen, door de bLamanieten werden nagezeten totdat zij allen waren vernietigd.