De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 29
  12 En voorts, voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, en het is als een onwrikbaar besluit uitgegaan, door de wil van de Vader, dat mijn aapostelen, de Twaalf die bij Mij waren tijdens mijn bediening in Jeruzalem, ten dage van mijn komst aan mijn rechterhand in een bvuurkolom zullen staan, bekleed met een mantel van gerechtigheid, met een kroon op hun hoofd, in cheerlijkheid gelijk Ikzelf, om het gehele huis van Israël te doordelen, ja, zovelen als Mij hebben liefgehad en mijn geboden hebben onderhouden, en niemand anders.

Voetnoten
12a
b
Jes. 66:15–16.
LV 130:7.
  7 maar zij wonen in de tegenwoordigheid van God, op een hemellichaam gelijk aeen zee van glas en bvuur, waar alle dingen voor hun heerlijkheid kenbaar zijn, het verleden, het heden en de toekomst, en voortdurend voor het aangezicht des Heren zijn.
LV 133:41.
  41 En het zal op hun hoofd worden verhoord; want de tegenwoordigheid des Heren zal zijn als het brandende vuur dat doet smelten, en als het vuur dat de wateren doet aoverkoken.
c
d
Matt. 19:28.
Luc. 22:30.
1 Ne. 12:9.
  9 En hij zeide tot mij: Gij herinnert u de atwaalf apostelen van het Lam? Zie, zij zijn het die de twaalf stammen Israëls zullen brichten; daarom zullen de twaalf dienaren uit uw nageslacht door hen worden gericht, want gij zijt van het huis Israëls.
Mrm. 3:18–19.
  18 ja, zie, ik schrijf aan alle einden der aarde; ja, aan u, twaalf stammen van Israël, die naar uw werken zult worden ageoordeeld door de twaalf die Jezus als zijn discipelen heeft gekozen in het land Jeruzalem.