De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
De
Leer en Verbonden
AFDELING 22
  4 Welnu, gaat in door de apoort, zoals Ik heb geboden, en btracht niet uw God raad te geven. Amen.

Voetnoten
4a
Matt. 7:13–14.
Luc. 13:24.
2 Ne. 9:41.
  41 Welnu dan, mijn geliefde broeders, akomt tot de Heer, de Heilige. Bedenkt dat zijn wegen rechtvaardig zijn. Zie, het bpad voor de mens is csmal, maar het ligt recht voor hem uit en de dpoortwachter is de Heilige Israëls; en Hij heeft daar geen knecht in dienst gesteld; en er is geen andere weg dan door de poort; want Hij kan niet worden misleid, aangezien Here God zijn naam is.
2 Ne. 31:9, 17–18.
  9 Voorts toont dit de mensenkinderen hoe eng het pad en hoe asmal de poort is waardoor zij moeten binnengaan, want Hij heeft hun het voorbeeld voorgehouden.
3 Ne. 14:13–14.
  13 Gaat in door de aenge poort; want wijd is de poort en bbreed is de weg die tot vernietiging leidt, en velen zijn er die daardoor ingaan;
b
Jakob 4:10.
  10 Daarom, broeders, tracht niet de Heer araad te geven, maar tracht raad uit zijn hand te aanvaarden. Want zie, gij weet zelf dat Hij met bwijsheid en gerechtigheid en grote barmhartigheid raad geeft over al zijn werken.