De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 20
  18 en dat Hij de mens heeft ageschapen, man en vrouw; naar zijn eigen bbeeld en naar zijn eigen gelijkenis heeft Hij hen geschapen;

Voetnoten
18a
b
Gen. 1:26–27.
Mos. 7:27.
  27 En omdat hij hun zeide dat Christus de aGod, de Vader van alle dingen was, en zeide dat Hij het beeld van de mens zou aannemen, en dat dat het bbeeld zou zijn waarnaar de mens in het begin was geschapen; of met andere woorden, hij zeide dat de mens naar het beeld van cGod was geschapen, en dat God onder de mensenkinderen zou neerdalen en vlees en bloed zou aannemen en zou uitgaan over het oppervlak der aarde —
Ether 3:14–17.
  14 Zie, Ik ben het die vanaf de grondlegging der wereld is bereid om mijn volk te averlossen. Zie, Ik ben Jezus Christus. Ik ben de bVader en de Zoon. In Mij zal het gehele mensdom cleven hebben, en wel voor eeuwig, ja, zij die in mijn naam geloven; en zij zullen mijn dzonen en mijn dochters worden.