De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 19
  27 dat mijn woord is aan de aandere volken, opdat het spoedig tot de bJoden zal gaan, van wie de Lamanieten een coverblijfsel zijn, opdat zij het evangelie zullen geloven, en niet zullen uitzien naar de komst van een dMessias die reeds is gekomen.

Voetnoten
27a
b
c
Omni 1:14–19.
  14 En zij ontdekten een volk dat het volk van aZarahemla werd genoemd. Welnu, er was grote blijdschap onder het volk van Zarahemla; en ook Zarahemla verblijdde zich buitengewoon omdat de Heer het volk van Mosiah had gezonden met de bplaten van koper, die de kroniek der Joden bevatten.
Mos. 25:2–4.
  2 Nu waren de kinderen van Nephi, ofwel de afstammelingen van Nephi, minder talrijk dan het avolk van Zarahemla, die een afstammeling was van bMulek en van hen die met hem de wildernis waren ingetrokken.
Hel. 8:21.
  21 En nu, wilt gij betwisten dat aJeruzalem is verwoest? Wilt gij zeggen dat de bzonen van Sedekia niet zijn gedood, allen behalve cMulek? Ja, en ziet gij niet dat de nakomelingen van Sedekia bij ons zijn, en dat zij uit het land Jeruzalem zijn verdreven? Doch zie, dat is niet alles —
3 Ne. 2:12–16.
  12 Daarom verenigden zich alle Lamanieten die zich tot de Heer hadden bekeerd met hun broeders, de Nephieten, en zij werden gedwongen de wapens op te nemen tegen die rovers van Gadianton ter wille van de veiligheid van hun leven en die van hun vrouwen en hun kinderen, ja, en tevens om hun rechten en de voorrechten van hun kerk en van hun godsdienst, en hun avrijheid en hun onafhankelijkheid te handhaven.
d