De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 17
  1 ZIE, Ik zeg u dat u moet vertrouwen op mijn woord, en indien u dat doet met een volmaakt voornemen des harten, zult u de aplaten bzien, en ook de borstplaat, het czwaard van Laban, de dUrim en Tummim, die aan de ebroeder van Jared werden gegeven op de berg, toen hij van faangezicht tot aangezicht met de Heer sprak, en de gwonderbaarlijke wegwijzers die aan Lehi werden gegeven toen hij in de wildernis was in de kuststreek van de hRode Zee.

Voetnoten
1a
2 Ne. 27:12.
  12 Welnu, ten dage dat het boek wordt overhandigd aan de man over wie ik heb gesproken, zal het boek voor de ogen der wereld worden verborgen, opdat niemands ogen het zullen zien, behalve adrie bgetuigen die het door de macht Gods zullen zien, naast hem aan wie het boek zal worden overhandigd; en zij zullen getuigen van de waarheid van het boek en de dingen daarin.
Ether 5:2–4.
  2 En zie, gij zult het voorrecht hebben de platen te tonen aan ahen die zullen meehelpen om dit werk tevoorschijn te brengen;
LV 5:15.
  15 En het getuigenis van drie agetuigen van mijn woord zal Ik uitzenden.
Zie ook Het getuigenis van drie getuigen voorin het Boek van Mormon.
b
Mrm. 6:6.
  6 En zie, het geschiedde, toen wij ons gehele volk hadden bijeengezameld in het land Cumorah, dat ik, Mormon, oud begon te worden; en omdat ik wist dat het de laatste strijd van mijn volk zou zijn, en omdat mij door de Heer was geboden de kronieken, die door onze vaderen waren doorgegeven en die heilig waren, niet in handen der Lamanieten te laten vallen — want de Lamanieten zouden ze vernietigen — heb ik adeze kroniek geschreven aan de hand van de platen van Nephi, en alle kronieken die mij door de hand des Heren waren toevertrouwd, bverborgen in de heuvel Cumorah, uitgezonderd cdeze enkele platen die ik aan mijn zoon dMoroni heb gegeven.
GJS 1:52.
  52 Toen ik de aarde had verwijderd, nam ik een hefboom, die ik onder de rand van de steen zette, en met een kleine inspanning lichtte ik die op. Ik keek erin en daar zag ik inderdaad de aplaten, de bUrim en Tummim en de cborstplaat, zoals de boodschapper had gezegd. De kist waarin zij lagen, was gevormd door stenen tegen elkaar te leggen in een soort cement. Op de bodem van de kist lagen twee stenen overdwars, en op die stenen lagen de platen en daarbij de andere voorwerpen.
c
1 Ne. 4:8–9.
  8 En toen ik bij hem kwam, merkte ik dat het Laban was.
2 Ne. 5:14.
  14 En ik, Nephi, nam het azwaard van Laban en maakte naar dat voorbeeld vele zwaarden, voor het geval het volk dat nu de bLamanieten werd genoemd, ons zou overvallen en vernietigen; want ik kende hun haat tegen mij en mijn kinderen en degenen die mijn volk werden genoemd.
Jakob 1:10.
  10 Daar het volk Nephi ten zeerste had liefgehad, omdat hij een groot beschermer voor hen was geweest, het azwaard van Laban te hunner verdediging had gehanteerd en al zijn dagen voor hun welzijn had gearbeid —
Mos. 1:16.
  16 En voorts belastte hij hem ook met de zorg voor de kronieken die op de aplaten van koper waren gegraveerd, en ook voor de platen van Nephi, en ook voor het bzwaard van Laban en voor de cbal of wegwijzer, die onze vaderen door de wildernis had geleid, die door de hand des Heren was vervaardigd opdat zij erdoor geleid zouden worden, eenieder volgens de aandacht en ijver die zij Hem betoonden.
d
e
Ether 3:1–28.
  1 En het geschiedde dat de broeder van Jared — het aantal vaartuigen nu dat bereid was, was acht — naar de berg ging die zij de berg Shelem noemden wegens zijn buitengewone hoogte, en uit een rots zestien kleine stenen smolt; en zij waren wit en helder, ja, zoals doorschijnend glas; en hij droeg ze in zijn handen naar de top van de berg en riep de Heer wederom aan, zeggende:
f
Gen. 32:30.
Ex. 33:11.
Moz. 1:2.
  2 en hij azag God van baangezicht tot aangezicht en hij sprak met Hem, en de cheerlijkheid Gods rustte op Mozes; daarom kon Mozes zijn tegenwoordigheid dverdragen.
g
1 Ne. 16:10, 16, 26–29.
  10 En het geschiedde, toen mijn vader de volgende ochtend opstond en zich naar de deur van de tent begaf, dat hij tot zijn grote verbazing een ronde abal van vernuftige makelij op de grond zag liggen; en hij was van zuiver koper. En in de bal bevonden zich twee naalden; en de ene wees de richting aan die wij in de wildernis moesten gaan.
Alma 37:38–47.
  38 En nu, mijn zoon, heb ik u iets te zeggen over het voorwerp dat onze vaderen een bal of wegwijzer noemden — ofwel onze vaderen noemden het de aLiahona, hetgeen vertaald kompas betekent; en de Heer had het bereid.
h
1 Ne. 2:5.
  5 En hij daalde af door de kuststreek van de aRode Zee; en hij trok door de wildernis in de streek die dichter bij de Rode Zee ligt; en hij trok door de wildernis met zijn gezin, dat bestond uit mijn moeder Sariah en mijn oudere broeders, namelijk bLaman, Lemuël en Sam.