De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 14
  9 Zie, Ik ben aJezus Christus, de bZoon van de clevende God, die de hemelen en de daarde heeft egeschapen, een flicht dat niet in de gduisternis kan worden verborgen;

Voetnoten
9a
Mos. 4:2.
  2 En zij hadden zichzelf gezien in hun eigen avleselijke staat, nog bminder dan het stof der aarde. En allen riepen zij met één stem, zeggende: O wees barmhartig en laat het czoenbloed van Christus gelden, opdat wij vergeving van onze zonden zullen ontvangen en ons hart gereinigd wordt; want wij geloven in Jezus Christus, de Zoon van God, die hemel en aarde, en alle dingen, heeft dgeschapen; die onder de mensenkinderen zal neerdalen.
LV 76:20–24.
  20 En wij aanschouwden de aheerlijkheid van de Zoon, ter brechterhand van de cVader, en ontvingen van zijn volheid;
b
Rom. 1:4.
c
Dan. 6:26.
Alma 7:6.
  6 Maar zie, ik vertrouw erop dat gij u niet in een staat van even groot ongeloof bevindt als destijds uw broeders; ik vertrouw erop dat gij niet in de hoogmoed van uw hart verheven zijt; ja, ik vertrouw erop dat gij uw hart niet op de rijkdommen en de ijdelheden der wereld hebt gezet; ja, ik vertrouw erop dat gij geen aafgoden aanbidt, maar dat gij de ware en blevende God aanbidt, en dat gij met een eeuwigdurend geloof uitziet naar de vergeving van uw zonden, die komen zal.
LV 20:19.
  19 en hun geboden heeft gegeven dat zij Hem, de enige levende en waarachtige God, moeten aliefhebben en bdienen, en dat Hij het enige wezen is dat zij moeten caanbidden.
d
Joh. 1:1–3, 14.
3 Ne. 9:15.
  15 Zie, Ik ben Jezus Christus, de Zoon van God. Ik heb de hemelen ageschapen en de aarde en alle dingen die daarin zijn. Ik was vanaf het begin bij de Vader. bIk ben in de Vader en de Vader is in Mij; en in Mij heeft de Vader zijn naam verheerlijkt.
LV 45:1.
  1 LUISTER, o gij volk van mijn akerk, aan wie het bkoninkrijk gegeven is; luister en neig het oor tot Hem die de aarde gegrondvest heeft, die de hemelen en al hun heerscharen cgemaakt heeft, en door wie al wat leeft en zich beweegt en bestaat, gemaakt werd.
e
Abr. 4:12, 24–25.
  12 En de Goden organiseerden de aarde om gras voort te brengen uit zijn eigen zaad; en het gewas om gewas voort te brengen uit zijn eigen zaad, zaadgevend naar zijn aard; en de aarde om de boom voort te brengen uit zijn eigen zaad, vruchtgevend, waarvan het zaad vanuit zichzelf alleen hetzelfde kon voortbrengen naar zijn aard; en de Goden zagen dat Zij werden gehoorzaamd.
f
2 Sam. 22:29.
g