De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 14
  7 En indien u mijn ageboden onderhoudt en bvolhardt tot het einde, zult u het ceeuwige leven hebben, welke gave de grootste van alle gaven Gods is.

Voetnoten
7a
Lev. 26:3–12.
Joh. 15:10.
Mos. 2:22, 41.
  22 En zie, alles wat Hij van u verlangt, is zijn ageboden te bonderhouden; en Hij heeft u beloofd dat indien gij zijn geboden onderhoudt, gij voorspoedig zult zijn in het land; en Hij cwijkt nimmer af van hetgeen Hij heeft gezegd; indien gij dus zijn geboden donderhoudt, zegent Hij u en maakt Hij u voorspoedig.
LV 58:2.
  2 Want voorwaar, Ik zeg u: Gezegend is hij die mijn geboden aonderhoudt, hetzij in het leven of in de bdood; en wie cgetrouw is in dbeproeving, diens beloning is groter in het koninkrijk van de hemel.
b
c
2 Ne. 31:20.
  20 Daarom moet gij standvastig in Christus avoorwaarts streven, met volmaakt stralende bhoop, en cliefde voor God en voor alle mensen. Welnu, indien gij voorwaarts streeft, u vergastend aan het woord van Christus, en tot het einde dvolhardt, zie, zo zegt de Vader: Gij zult het eeuwige leven hebben.
LV 6:13.
  13 Indien gij goed doet, ja, en atot het beinde cgetrouw blijft, zult gij behouden worden in het koninkrijk Gods, hetgeen de grootste van alle gaven Gods is; want er is geen grotere gave dan de gave van het dheil.