De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Leer en Verbonden
►
136
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 136
22
a
Ik
ben het die de kinderen van Israël uit het land Egypte heeft geleid; en mijn arm is in de laatste dagen uitgestrekt om mijn volk Israël te
b
redden
.
Voetnoten
22
a
Ex. 13:18.
Jer. 2:5–7.
1 Ne. 5:15
.
15 En zij waren ook
a
uit
gevangenschap en uit het land Egypte geleid door diezelfde God die hen had bewaard.
Alma 36:28
.
28 En ik weet dat Hij mij ten laatsten dage zal
a
opwekken
om in
b
heerlijkheid
bij Hem te wonen; ja, en ik zal Hem voor eeuwig loven, want Hij heeft onze vaderen uit Egypte
c
gebracht
, en de
d
Egyptenaren
heeft Hij in de Rode Zee verzwolgen; en door zijn macht heeft Hij hen het beloofde land ingevoerd; ja, en van tijd tot tijd heeft Hij hen uit hun knechtschap en gevangenschap bevrijd.
GS
Jehova
.
b
Jer. 30:10.
Ez. 20:33–34.
LV 38:33
.
33 en daarvandaan zullen degenen die Ik wil, uitgaan onder
a
alle
natiën, en het zal hun worden gezegd wat zij moeten doen; want Ik heb een groot werk in gereedheid liggen, want Israël zal worden
b
behouden
, en Ik zal hen leiden waarheen Ik ook wil, en geen enkele macht zal mijn hand
c
weerhouden
.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >