De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 136
  22 aIk ben het die de kinderen van Israël uit het land Egypte heeft geleid; en mijn arm is in de laatste dagen uitgestrekt om mijn volk Israël te bredden.

Voetnoten
22a
Ex. 13:18.
Jer. 2:5–7.
1 Ne. 5:15.
  15 En zij waren ook auit gevangenschap en uit het land Egypte geleid door diezelfde God die hen had bewaard.
Alma 36:28.
  28 En ik weet dat Hij mij ten laatsten dage zal aopwekken om in bheerlijkheid bij Hem te wonen; ja, en ik zal Hem voor eeuwig loven, want Hij heeft onze vaderen uit Egypte cgebracht, en de dEgyptenaren heeft Hij in de Rode Zee verzwolgen; en door zijn macht heeft Hij hen het beloofde land ingevoerd; ja, en van tijd tot tijd heeft Hij hen uit hun knechtschap en gevangenschap bevrijd.
b
Jer. 30:10.
Ez. 20:33–34.
LV 38:33.
  33 en daarvandaan zullen degenen die Ik wil, uitgaan onder aalle natiën, en het zal hun worden gezegd wat zij moeten doen; want Ik heb een groot werk in gereedheid liggen, want Israël zal worden bbehouden, en Ik zal hen leiden waarheen Ik ook wil, en geen enkele macht zal mijn hand cweerhouden.