De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 134
  8 Wij geloven dat het begaan van een misdaad moet worden agestraft overeenkomstig de aard van de overtreding; dat moord, hoogverraad, roof, diefstal en verstoring van de openbare orde, in welke vorm dan ook, moeten worden gestraft, overeenkomstig de ernst ervan en hun kwade invloed onder de mensen, volgens de wet van die overheid waaronder de overtreding wordt begaan; en voor de openbare orde en rust dienen alle mensen naar voren te treden en zich in te zetten om overtreders van goede wetten hun straf te laten ondergaan.

Voetnoten
8a
Alma 30:7–11.
  7 Nu was er geen wet tegen iemands ageloof, want het was lijnrecht in strijd met de geboden Gods dat er een wet zou zijn die de mensen op ongelijke voet bracht.
LV 42:84–87.
  84 En indien een man of vrouw rooft, zal hij of zij overgeleverd worden aan de wet van het land.