De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 132
  30 Abraham ontving abeloften aangaande zijn nakomelingen en de vrucht van zijn blendenen — uit wiens lendenen gij zijt, namelijk mijn dienstknecht Joseph — die zouden voortbestaan zolang zij in de wereld waren; en wat Abraham en zijn nakomelingen betreft, uit de wereld zouden zij voortbestaan; zowel in de wereld als uit de wereld zouden zij voortbestaan, zo ontelbaar als de csterren; ofwel, indien gij het zand aan de oever der zee zoudt tellen, hen zoudt gij niet kunnen tellen.

Voetnoten
30a
Gen. 12:1–3.
Gen. 13:16.
b
2 Ne. 3:6–16.
  6 Want Jozef heeft waarlijk getuigd, zeggende: Een aziener zal de Heer, mijn God, doen opstaan, die een uitgelezen ziener voor de vrucht van mijn blendenen zal zijn.
c
Gen. 15:5.
Gen. 22:17.