De
Leer en Verbonden
AFDELING 132
30
Abraham ontving aangaande zijn nakomelingen en de vrucht van zijn blendenen — uit wiens lendenen gij zijt, namelijk mijn dienstknecht Joseph — die zouden voortbestaan zolang zij in de wereld waren; en wat Abraham en zijn nakomelingen betreft, uit de wereld zouden zij voortbestaan; zowel in de wereld als uit de wereld zouden zij voortbestaan, zo ontelbaar als de csterren; ofwel, indien gij het zand aan de oever der zee zoudt tellen, hen zoudt gij niet kunnen tellen.
Voetnoten
|