De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken  
De
Leer en Verbonden
AFDELING 13
  1 AAN u, mijn mededienstknechten, averleen ik, in naam van de Messias, het bpriesterschap van Aäron, dat de sleutels omvat van de bediening van cengelen en van het evangelie van dbekering en van de edoop door onderdompeling tot vergeving van zonden; en dit zal nimmermeer van de aarde worden weggenomen, totdat de zonen van fLevi de Heer wederom een offer offeren in ggerechtigheid.

Voetnoten
1a
GJS 1:68–75.
  68 Wij waren nog steeds bezig met het vertaalwerk, toen wij in de volgende maand (mei 1829) op zekere dag het bos ingingen om te bidden en bij de Heer navraag te doen over de adoop tot bvergeving van zonden, die wij bij het vertalen van de platen vermeld vonden. Toen wij in gebed verzonken waren en de Heer aanriepen, kwam er in een cwolk van licht een dboodschapper uit de hemel naar beneden, die ons, nadat hij ons zijn ehanden had opgelegd, fordende met de woorden:
b
LV 27:8.
  8 welke Johannes Ik heb gezonden tot u, mijn dienstknechten, Joseph Smith jr. en Oliver Cowdery, om u te ordenen tot het eerste apriesterschap dat u hebt ontvangen, opdat u zou worden geroepen en bgeordend zoals cAäron;
LV 84:18–34.
  18 En de Heer bevestigde ook een apriesterschap op bAäron en zijn nakomelingen, door al hun geslachten heen, welk priesterschap ook voortbestaat en voor eeuwig blijft cbestaan met het priesterschap dat volgens de heiligste orde Gods is.
c
d
e
f
Zie het verslag van Oliver Cowdery over de herstelling van het Aäronisch priesterschap aan het eind van de Geschiedenis van Joseph Smith.
Deut. 10:8.
1 Kron. 6:48.
LV 128:24.
  24 Zie, de grote adag des Heren is nabij; en wie kan de dag van zijn komst bverdragen, en wie kan standhouden als Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van de csmelter en als het loog van de bleker; en Hij zal zitten als een dsmelter en zuiveraar van zilver; en Hij zal de zonen van eLevi zuiveren en hen louteren als goud en als zilver, opdat zij de Heer in gerechtigheid een fofferande zullen brengen. Laten wij daarom als kerk en als volk en als heiligen der laatste dagen de Heer in gerechtigheid een offerande brengen; en laten wij in zijn heilige tempel, wanneer die voltooid is, een boek aanbieden met de ggeslachtslijsten van onze doden dat alleszins aannemelijk zal zijn.
g