De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 109
  65 En het mogelijk te maken dat de aoverblijfselen van Jakob, die zijn vervloekt en geslagen wegens hun overtreding, van hun wilde en woeste toestand tot de volheid van het eeuwigdurend
evangelie zullen worden bbekeerd;

Voetnoten
65a
2 Ne. 30:3.
  3 Welnu, ik wil nog iets meer profeteren over de Joden en de andere volken. Want wanneer het boek waarover ik gesproken heb, tevoorschijn is gekomen en is geschreven voor de andere volken en wederom in de hoede des Heren verzegeld, zullen er velen zijn die de geschreven woorden ageloven; en zij zullen ze tot het overblijfsel van ons nageslacht bbrengen.
Alma 46:23–24.
  23 Moroni zeide tot hen: Zie, wij zijn een overblijfsel van het nageslacht van Jakob; ja, wij zijn een overblijfsel van het anageslacht van bJozef, wiens cmantel door zijn broeders in vele stukken werd gescheurd; ja, en nu zie, laten wij eraan denken de geboden Gods te onderhouden; anders zullen onze klederen door onze broeders worden gescheurd, en wij zullen in de gevangenis worden geworpen, of worden verkocht, of worden gedood.
3 Ne. 20:15–21.
  15 En Ik zeg u dat indien de andere volken zich niet abekeren na de zegen die zij zullen ontvangen, nadat zij mijn volk hebben verstrooid —
LV 19:27.
  27 dat mijn woord is aan de aandere volken, opdat het spoedig tot de bJoden zal gaan, van wie de Lamanieten een coverblijfsel zijn, opdat zij het evangelie zullen geloven, en niet zullen uitzien naar de komst van een dMessias die reeds is gekomen.
b
2 Ne. 30:6.
  6 En dan zullen zij zich verheugen; want zij zullen weten dat het voor hen een zegen uit de hand van God is; en de schellen van duisternis zullen hun van de ogen beginnen te vallen; en er zullen niet vele geslachten onder hen voorbijgaan, vooraleer zij een rein en aaangenaam volk zijn.
3 Ne. 21:20–22.
  20 Want het zal geschieden, zegt de Vader, dat Ik te dien dage eenieder die zich niet wil bekeren en tot mijn geliefde Zoon komen, zal afsnijden uit het midden van mijn volk, o huis Israëls;