De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 109
  20 en dat niets aonreins zal worden toegestaan uw huis binnen te komen om het te bezoedelen;

Voetnoten
20a
LV 94:8–9.
  8 En gij zult niet dulden dat iets aonreins daar binnenkomt; en mijn bheerlijkheid zal er zijn en mijn tegenwoordigheid zal er zijn.
LV 97:15–17.
  15 En voor zoverre mijn volk een huis voor Mij bouwt in de naam des Heren, en niet duldt dat er iets aonreins binnengaat, zodat het niet verontreinigd wordt, zal mijn bheerlijkheid erop rusten;