De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 10
  21 en hun hart is averdorven en vol bgoddeloosheid en gruwelen; en zij hebben de cduisternis meer dlief dan het licht, want hun ewerken zijn boos; daarom willen zij Mij niet vragen.

Voetnoten
21a
LV 112:23–24.
  23 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: aDuisternis bedekt de aarde, en dichte duisternis het verstand der mensen, en alle vlees is bverdorven geworden voor mijn aangezicht.
b
c
Moz. 5:13–18.
  13 En aSatan kwam onder hen, zeggende: Ik ben ook een zoon van God; en hij beval hun, zeggende: Gelooft het niet; en zij bgeloofden het niet, en zij hadden Satan meer clief dan God. En van die tijd af begonnen de mensen dvleselijk, zinnelijk en duivels te worden.
d
Mos. 15:26.
  26 Maar zie, en avreest en siddert voor het aangezicht van God, want gij behoort te sidderen; want de Heer verlost geen van hen die tegen Hem bopstaan en in hun zonden csterven; ja, allen die vanaf het begin der wereld in hun zonden zijn omgekomen, die opzettelijk tegen God zijn opgestaan, die de geboden Gods hebben gekend, maar ze niet wilden onderhouden; ddezen zijn het die egeen deel hebben aan de eerste opstanding.
e
Joh. 3:18–21.
LV 29:45.
  45 want zij hebben de duisternis meer lief dan het licht, en hun awerken zijn boos, en zij ontvangen hun bloon van wie zij believen te gehoorzamen.