De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 1
  33 En hij die zich niet abekeert, hem zal zelfs het licht worden bontnomen dat hij heeft ontvangen; want mijn cGeest zal niet blijven dinwerken op de mens, zegt de Heer der heerscharen.

Voetnoten
33a
Mos. 26:32.
  32 Welnu, Ik zeg u, ga heen; en wie ook zich niet van zijn zonden wil bekeren, die zal niet onder mijn volk worden gerekend; en dit moet van nu af aan in acht worden genomen.
b
Alma 24:30.
  30 En aldus kunnen wij duidelijk zien dat wanneer een volk eens door de Geest Gods averlicht is geweest en grote bkennis heeft gehad met betrekking tot de dingen der gerechtigheid, en dan tot zonde en overtreding cvervalt, het nog verstokter wordt, en aldus wordt zijn toestand derger dan wanneer het die dingen nooit had geweten.
LV 60:2–3.
  2 maar in sommigen heb Ik geen welbehagen, want zij willen hun amond niet opendoen, maar zij bverbergen het talent dat Ik hun gegeven heb, uit cvrees voor de mensen. Wee hun, want mijn toorn is tegen hen ontbrand.
c
d
Gen. 6:3.
2 Ne. 26:11.
  11 Want de Geest des Heren blijft niet ainwerken op de mens. En wanneer de Geest niet meer inwerkt op de mens, dan komt de snelle vernietiging, en dat bedroeft mijn ziel.
Mrm. 5:16.
  16 Want zie, de Geest des Heren is reeds opgehouden op hun vaders ain te werken; en zij zijn zonder Christus en God in de wereld; en zij worden her en der gedreven zoals bkaf voor de wind.
Ether 2:15.
  15 En de broeder van Jared bekeerde zich van het kwaad dat hij had bedreven en riep de naam des Heren aan voor zijn broeders, die bij hem waren. En de Heer zeide tot hem: Ik zal u en uw broeders uw zonden vergeven; maar gij zult niet meer zondigen, want gij zult bedenken dat mijn aGeest niet blijft binwerken op de mens; indien gij dan zondigt totdat gij geheel rijp zijt, zult gij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden. En dit zijn mijn gedachten over het land dat Ik u als uw erfdeel zal geven; want het zal een land zijn dat boven alle andere landen cverkieslijk is.
Mro. 9:4.
  4 Zie, ik arbeid voortdurend onder hen; en wanneer ik het woord Gods met scherpte spreek, beven zij en worden zij vertoornd op mij; en wanneer ik geen ascherpte gebruik, verstokken zij hun hart ertegen; daarom vrees ik dat de Geest des Heren is opgehouden op hen bin te werken.