De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
De Leer en Verbonden
►
1
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 1
33 En hij die zich niet
a
bekeert
, hem zal zelfs het licht worden
b
ontnomen
dat hij heeft ontvangen; want mijn
c
Geest
zal niet blijven
d
inwerken
op de mens, zegt de Heer der heerscharen.
Voetnoten
33
a
Mos. 26:32
.
32 Welnu, Ik zeg u, ga heen; en wie ook zich niet van zijn zonden wil bekeren, die zal niet onder mijn volk worden gerekend; en dit moet van nu af aan in acht worden genomen.
b
Alma 24:30
.
30 En aldus kunnen wij duidelijk zien dat wanneer een volk eens door de Geest Gods
a
verlicht
is geweest en grote
b
kennis
heeft gehad met betrekking tot de dingen der gerechtigheid, en dan tot zonde en overtreding
c
vervalt
, het nog verstokter wordt, en aldus wordt zijn toestand
d
erger
dan wanneer het die dingen nooit had geweten.
LV 60:2–3
.
2 maar in sommigen heb Ik geen welbehagen, want zij willen hun
a
mond
niet opendoen, maar zij
b
verbergen
het talent dat Ik hun gegeven heb, uit
c
vrees
voor de mensen. Wee hun, want mijn toorn is tegen hen ontbrand.
c
GS
Heilige Geest
.
d
Gen. 6:3.
2 Ne. 26:11
.
11 Want de Geest des Heren blijft niet
a
inwerken
op de mens. En wanneer de Geest niet meer inwerkt op de mens, dan komt de snelle vernietiging, en dat bedroeft mijn ziel.
Mrm. 5:16
.
16 Want zie, de Geest des Heren is reeds opgehouden op hun vaders
a
in
te werken; en zij zijn zonder Christus en God in de wereld; en zij worden her en der gedreven zoals
b
kaf
voor de wind.
Ether 2:15
.
15 En de broeder van Jared bekeerde zich van het kwaad dat hij had bedreven en riep de naam des Heren aan voor zijn broeders, die bij hem waren. En de Heer zeide tot hem: Ik zal u en uw broeders uw zonden vergeven; maar gij zult niet meer zondigen, want gij zult bedenken dat mijn
a
Geest
niet blijft
b
inwerken
op de mens; indien gij dan zondigt totdat gij geheel rijp zijt, zult gij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden. En dit zijn mijn gedachten over het land dat Ik u als uw erfdeel zal geven; want het zal een land zijn dat boven alle andere landen
c
verkieslijk
is.
Mro. 9:4
.
4 Zie, ik arbeid voortdurend onder hen; en wanneer ik het woord Gods met scherpte spreek, beven zij en worden zij vertoornd op mij; en wanneer ik geen
a
scherpte
gebruik, verstokken zij hun hart ertegen; daarom vrees ik dat de Geest des Heren is opgehouden op hen
b
in
te werken.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >