De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
De
Leer en Verbonden
AFDELING 1
  24 Zie, Ik ben God en heb het gesproken; deze ageboden zijn van Mij, en zijn mijn dienstknechten gegeven in hun zwakheid, naar de wijze van hun btaal, opdat zij tot cinzicht konden komen.

Voetnoten
24a
2 Ne. 33:10–11.
  10 En nu, mijn geliefde broeders, en ook de Jood, en gij, alle einden der aarde, luistert naar deze woorden en agelooft in Christus; en indien gij niet in deze woorden gelooft, gelooft in Christus. En indien gij in Christus gelooft, zult gij in deze bwoorden geloven, want het zijn de cwoorden van Christus, en Hij heeft ze mij gegeven; en zij dleren alle mensen dat zij goed moeten doen.
Mro. 10:27–28.
  27 En ik spoor u aan deze dingen in gedachte te houden; want de tijd komt spoedig dat gij zult weten dat ik niet lieg, want gij zult mij zien voor het gerecht Gods; en de Here God zal tot u zeggen: Heb Ik u niet mijn awoorden verkondigd, die door deze man zijn geschreven zoals iemand die vanuit de doden broept, ja, zoals iemand die spreekt uit het cstof?
b
2 Ne. 31:3.
  3 Want mijn ziel schept behagen in duidelijkheid; want aldus werkt de Here God onder de mensenkinderen. Want de Here God geeft alicht aan het verstand; want Hij spreekt tot de mensen in hun eigen btaal, om hun begrip te verruimen.
Ether 12:39.
  39 En dan zult gij weten dat ik Jezus heb agezien en dat Hij van baangezicht tot aangezicht met mij heeft gesproken, en dat Hij mij in alle eenvoud in mijn eigen taal over deze dingen heeft verteld, zoals de ene mens de andere iets vertelt;
c
LV 50:12.
  12 Welnu, wanneer een mens redeneert, begrijpen de mensen hem, omdat hij als mens redeneert; evenzo zal Ik, de Heer, met u redeneren, opdat u abegrijpen zult.