De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 9 tot en met 14.
HOOFDSTUK 9
  13 Zie, herinnert gij u niet de woorden die Hij gesproken heeft tot Lehi, zeggende: aVoor zoverre gij mijn geboden onderhoudt, zult gij voorspoedig zijn in het land? En voorts is er gezegd: Voor zoverre gij mijn geboden niet onderhoudt, zult gij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden.

Voetnoten
13a
2 Ne. 1:20.
  20 En Hij heeft gezegd: aVoor zoverre gij mijn bgeboden onderhoudt, zult gij cvoorspoedig zijn in het land; maar voor zoverre gij mijn geboden niet onderhoudt, zult gij van mijn tegenwoordigheid worden afgesneden.
Mos. 1:7.
  7 En nu mijn zonen, wil ik dat gij eraan denkt ze zorgvuldig te aonderzoeken, opdat gij daarmee uw voordeel zult doen; en ik wil dat gij de geboden Gods bonderhoudt, opdat gij cvoorspoedig zult zijn in het land, volgens de dbeloften die de Heer onze vaderen heeft gedaan.
Alma 37:13.
  13 O, bedenk, bedenk, mijn zoon Helaman, hoe astreng de geboden Gods zijn. En Hij heeft gezegd: bIndien gij mijn geboden onderhoudt, zult gij cvoorspoedig zijn in het land — maar indien gij zijn geboden niet onderhoudt, zult gij van zijn tegenwoordigheid worden afgesneden.