De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
Het Boek van Mormon
►
Alma
►
8
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 8
23 En nadat hij had gegeten en was verzadigd, zeide hij tot Amulek: Ik ben Alma, en ik ben
a
hogepriester
over de kerk van God in het gehele land.
Voetnoten
23
a
Alma 5:3, 44, 49
.
3 Ik, Alma, die door mijn vader Alma ben
a
gewijd
tot
b
hogepriester
over de kerk van God — en hij had de macht en het
c
gezag
van God om die dingen te doen — zie, ik zeg u dat hij een kerk begon te vestigen in het
d
land
dat in de grensstreek van Nephi lag; ja, het land dat het land Mormon werd genoemd; ja, en hij doopte zijn broeders in de wateren van Mormon.
Alma 13:1–20
.
1
En
voorts, mijn broeders, wil ik uw aandacht vestigen op de tijd dat de Here God zijn kinderen deze geboden heeft gegeven; en ik wil dat gij bedenkt dat de Here God priesters heeft
a
geordend
naar zijn heilige orde, hetgeen naar de orde van zijn Zoon was, om het volk deze dingen te leren.
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >