De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 8
  23 En nadat hij had gegeten en was verzadigd, zeide hij tot Amulek: Ik ben Alma, en ik ben ahogepriester over de kerk van God in het gehele land.

Voetnoten
23a
Alma 5:3, 44, 49.
  3 Ik, Alma, die door mijn vader Alma ben agewijd tot bhogepriester over de kerk van God — en hij had de macht en het cgezag van God om die dingen te doen — zie, ik zeg u dat hij een kerk begon te vestigen in het dland dat in de grensstreek van Nephi lag; ja, het land dat het land Mormon werd genoemd; ja, en hij doopte zijn broeders in de wateren van Mormon.
Alma 13:1–20.
  1 En voorts, mijn broeders, wil ik uw aandacht vestigen op de tijd dat de Here God zijn kinderen deze geboden heeft gegeven; en ik wil dat gij bedenkt dat de Here God priesters heeft ageordend naar zijn heilige orde, hetgeen naar de orde van zijn Zoon was, om het volk deze dingen te leren.