De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 60
  1 En het geschiedde dat hij wederom aan de regeerder van het land, Pahoran, schreef, en dit zijn de woorden die hij schreef, zeggende: Zie, ik richt mijn brief aan Pahoran, in de stad Zarahemla, die de aopperrechter en de regeerder van het land is, en eveneens aan allen die door dit volk zijn gekozen om de aangelegenheden van deze oorlog te besturen en te regelen.

Voetnoten
1a
Alma 50:39–40.
  39 Zie, het geschiedde dat de zoon van Nephihah werd aangesteld om de rechterstoel te bekleden in de plaats van zijn vader; ja, hij werd tot opperrechter en regeerder over het volk aangesteld, met een eed en een heilige verordening om rechtvaardig te oordelen, en de vrede en de vrijheid van het volk te bewaren, en hun hun heilige rechten te verlenen om de Heer, hun God, te aanbidden, ja, om de zaak van God alle dagen van zijn leven te steunen en hoog te houden, en om de goddelozen hun gerechte straf te doen ondergaan volgens hun misdaad.