HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 6
3
En het geschiedde ook dat allen die wél tot de kerk behoorden, maar zich niet van hun goddeloosheid en zich niet voor het aangezicht van God verootmoedigden — ik bedoel hen die in de bhoogmoed van hun hart verheven waren — zij werden verworpen en hun naam werd cuitgewist, zodat hun naam niet onder die van de rechtvaardigen werd gerekend.
Voetnoten
|