De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 6
  3 En het geschiedde ook dat allen die wél tot de kerk behoorden, maar zich niet van hun goddeloosheid abekeerden en zich niet voor het aangezicht van God verootmoedigden — ik bedoel hen die in de bhoogmoed van hun hart verheven waren — zij werden verworpen en hun naam werd cuitgewist, zodat hun naam niet onder die van de rechtvaardigen werd gerekend.

Voetnoten
3a
Mos. 26:6.
  6 Want het geschiedde dat zij velen die tot de kerk behoorden, met hun vleiende woorden misleidden en er de oorzaak van waren dat zij vele zonden bedreven; daarom werd het noodzakelijk dat zij die tot de kerk behoorden en zonde bedreven, door de kerk werden aterechtgewezen.
b
c
Ex. 32:33.
Mos. 26:36.
  36 en zij die hun zonden niet wilden belijden en zich niet van hun ongerechtigheid wilden bekeren, die werden niet onder het volk der kerk gerekend, en hun naam werd auitgewist.
Alma 1:24.
  24 Want het hart van velen was verstokt, en hun namen werden auitgewist, zodat ze niet meer gekend waren onder het volk van God. En ook btrokken velen zich van hen terug.
Alma 5:57–58.
  57 En nu zeg ik u, gij allen die verlangend zijt de stem van de agoede herder te volgen: Gaat weg uit het midden der goddelozen, en bzondert u af, en raakt hun onreine dingen niet aan; en zie, hun naam zal worden cuitgewist, zodat de namen der onrechtvaardigen niet onder de namen der rechtvaardigen zullen worden gerekend, opdat het woord Gods zal worden vervuld dat zegt: De namen der goddelozen zullen niet worden vermengd met de namen van mijn volk;