De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 59
  3 En het geschiedde dat hij onmiddellijk een abrief aan bPahoran zond, waarin hij hem verzocht manschappen bijeen te laten brengen ter versterking van Helaman, ofwel de legers van Helaman, zodat hij dat deel van het land, bij de herovering waarvan hij op zo wonderbaarlijke wijze was geholpen, met gemak zou kunnen houden.

Voetnoten
3a
Alma 60:1–3.
  1 En het geschiedde dat hij wederom aan de regeerder van het land, Pahoran, schreef, en dit zijn de woorden die hij schreef, zeggende: Zie, ik richt mijn brief aan Pahoran, in de stad Zarahemla, die de aopperrechter en de regeerder van het land is, en eveneens aan allen die door dit volk zijn gekozen om de aangelegenheden van deze oorlog te besturen en te regelen.
b
Alma 50:40.
  40 Nu zie, zijn naam was Pahoran. En Pahoran bekleedde de stoel van zijn vader en begon zijn regering over het volk van Nephi aan het eind van het vierentwintigste jaar.