De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 57
  6 En het geschiedde in het begin van het negenentwintigste jaar, dat wij uit het land Zarahemla en uit het omliggende land een voorraad rantsoenen ontvingen, en ook een versterking voor ons leger ten getale van zesduizend man, benevens zestig azonen van de Ammonieten, die waren gekomen om zich bij hun broeders te voegen, mijn kleine groep van tweeduizend. En nu zie, wij waren sterk, en er was ons ook een overvloed aan rantsoenen gebracht.

Voetnoten
6a
Alma 53:16–18.
  16 Doch zie, het geschiedde dat zij vele zonen hadden die geen verbond hadden aangegaan dat zij hun oorlogswapens niet zouden opnemen om zich tegen hun vijanden te verdedigen; daarom kwamen zovelen als er in staat waren de wapens op te nemen in die tijd bijeen, en zij noemden zich Nephieten.