HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 57
6
En het geschiedde in het begin van het negenentwintigste jaar, dat wij uit het land Zarahemla en uit het omliggende land een voorraad rantsoenen ontvingen, en ook een versterking voor ons leger ten getale van zesduizend man, benevens zestig van de Ammonieten, die waren gekomen om zich bij hun broeders te voegen, mijn kleine groep van tweeduizend. En nu zie, wij waren sterk, en er was ons ook een overvloed aan rantsoenen gebracht.
Voetnoten
|