HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 57
36
Nu geschiedde het, toen ik, Helaman, die woorden van Gid had gehoord, dat ik met buitengewone vreugde was vervuld wegens de goedheid Gods om ons te bewaren, zodat wij niet allen waren omgekomen; ja, en ik vertrouw erop dat de zielen van hen die zijn gedood tot de rust van hun God zijn .
Voetnoten
|