De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 57
  36 Nu geschiedde het, toen ik, Helaman, die woorden van Gid had gehoord, dat ik met buitengewone vreugde was vervuld wegens de goedheid Gods om ons te bewaren, zodat wij niet allen waren omgekomen; ja, en ik vertrouw erop dat de zielen van hen die zijn gedood tot de rust van hun God zijn aingegaan.

Voetnoten
36a
Alma 12:34.
  34 daarom zal eenieder die zich bekeert en zijn hart niet verstokt, aanspraak hebben op abarmhartigheid door middel van mijn eniggeboren Zoon, tot bvergeving van zijn zonden; en dezen zullen ingaan tot mijn crust.