De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 56
  57 En daar wij voor onze gevangenen geen plaats hadden waar wij hen konden bewaken om hen van de legers der Lamanieten vandaan te houden, zonden wij hen naar het land Zarahemla, samen met een gedeelte van de manschappen van Antipus die niet waren gedood; en ik nam de rest en voegde hen bij mijn jonge aAmmonieten, en wij marcheerden terug naar de stad Judea.

Voetnoten
57a
Alma 27:26.
  26 En het geschiedde dat dit grote vreugde onder hen veroorzaakte. En zij gingen naar het land Jershon en namen bezit van het land Jershon; en zij werden door de Nephieten het volk van Ammon genoemd; daarom werden zij daarna altijd met die naam onderscheiden.
Alma 53:10–11, 16.
  10 En nu zie, ik heb iets te zeggen over het avolk van Ammon, dat in het begin Lamanitisch was; maar door Ammon en zijn broeders, of liever gezegd door de macht en het woord Gods, waren zij tot de Heer bbekeerd; en zij waren in het land Zarahemla gebracht en waren sindsdien steeds door de Nephieten beschermd.