HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 56
57
En daar wij voor onze gevangenen geen plaats hadden waar wij hen konden bewaken om hen van de legers der Lamanieten vandaan te houden, zonden wij hen naar het land Zarahemla, samen met een gedeelte van de manschappen van Antipus die niet waren gedood; en ik nam de rest en voegde hen bij mijn jonge , en wij marcheerden terug naar de stad Judea.
Voetnoten
|