De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 55
  31 Doch zie, de Nephieten waren in die tijd van hun nood niet traag om aan de Heer, hun God, te adenken. Zij waren niet te vangen in hun valstrikken; ja, zij weigerden van hun wijn te nemen, als zij er niet eerst wat van hadden gegeven aan enkele Lamanitische gevangenen.

Voetnoten
31a
Alma 62:49–51.
  49 Maar niettegenstaande hun rijkdommen, of hun sterkte, of hun voorspoed, waren zij toch niet verheven in de hoogmoed van hun ogen; noch waren zij traag om aan de Heer, hun God, te denken; want zij verootmoedigden zich buitengewoon voor zijn aangezicht.