De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 54
  17 Want zie, uw vaderen hebben hun broeders onrecht aangedaan, doordat zij hen beroofden van hun arecht op bestuur toen het hun rechtens toekwam.

Voetnoten
17a
2 Ne. 5:1–4.
  1 Zie, het geschiedde dat ik, Nephi, de Heer, mijn God, vaak aanriep wegens de atoorn van mijn broeders.
Mos. 10:12–17.
  12 Zij waren een awild en woest en bloeddorstig volk, en zij geloofden in de boverlevering van hun vaderen, en wel deze: zij geloofden dat zij wegens de ongerechtigheden van hun vaderen uit het land Jeruzalem waren verdreven, en dat hun in de wildernis onrecht was aangedaan door hun broeders, en dat hun eveneens onrecht was aangedaan tijdens het oversteken van de zee;