De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
Het Boek van Mormon
►
Alma
►
54
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 54
17 Want zie, uw vaderen hebben hun broeders onrecht aangedaan, doordat zij hen beroofden van hun
a
recht
op bestuur toen het hun rechtens toekwam.
Voetnoten
17
a
2 Ne. 5:1–4
.
1
Zie
, het geschiedde dat ik, Nephi, de Heer, mijn God, vaak aanriep wegens de
a
toorn
van mijn broeders.
Mos. 10:12–17
.
12 Zij waren een
a
wild
en woest en bloeddorstig volk, en zij geloofden in de
b
overlevering
van hun vaderen, en wel deze: zij geloofden dat zij wegens de ongerechtigheden van hun vaderen uit het land Jeruzalem waren verdreven, en dat hun in de wildernis onrecht was aangedaan door hun broeders, en dat hun eveneens onrecht was aangedaan tijdens het oversteken van de zee;
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >