HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 50
34
En het geschiedde dat zij hen pas onderschepten toen zij bij de grens van het land waren gekomen; en daar onderschepten zij hen bij de smalle doorgang, die bij de zee naar het noordelijke land voerde, ja, bij de zee, in het westen en in het oosten.
Voetnoten
|