De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 50
  10 En hij stelde ook legers op in het zuiden, in de grensstreken van hun bezittingen, en liet hen aversterkingen opwerpen, opdat zij hun legers en hun volk konden beveiligen tegen de hand van hun vijanden.

Voetnoten
10a
Alma 49:18–22.
  18 Nu zie, de Lamanieten konden hun vestingen op geen andere wijze binnendringen dan door de ingang, wegens de hoogte van de wal die was opgeworpen en de diepte van de gracht die eromheen was gegraven, behalve bij de ingang.