De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat hoofdstuk 5.
HOOFDSTUK 5
  7 Zie, Hij veranderde hun hart; ja, Hij wekte hen uit een diepe slaap en zij ontwaakten tot God. Zie, zij bevonden zich te midden van duisternis; niettemin werd hun ziel door het licht van het eeuwigdurende woord verhelderd; ja, zij waren met de abanden des doods en de bketenen der hel omsloten, en er wachtte hun een eeuwigdurende vernietiging.

Voetnoten
7a
Mos. 15:8.
  8 En zo verbreekt God de abanden des doods, want Hij heeft de boverwinning op de dood behaald, en Hij geeft de Zoon de macht om te cbemiddelen voor de mensenkinderen —
b
Alma 12:11.
  11 En zij die hun hart verstokken, hun wordt een kleiner adeel van het woord gegeven, totdat zij bniets weten van zijn verborgenheden; en dan worden zij gevangengenomen door de duivel en door zijn wil ter vernietiging afgevoerd. Dit nu wordt er bedoeld met de cketenen der dhel.
LV 138:23.
  23 en de heiligen verheugden zich in hun averlossing en bogen de bknie en beleden de Zoon van God als hun Verlosser en Bevrijder van de dood en de cketenen der hel.