De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat hoofdstuk 5.
HOOFDSTUK 5
  39 En nu, indien gij niet de schapen van de goede herder zijt, van welke akudde zijt gij dan? Zie, ik zeg u dat de bduivel uw herder is en gij van zijn kudde zijt; en nu, wie kan dat ontkennen? Zie, ik zeg u, wie dat ontkent, is een cleugenaar en een dkind van de duivel.

Voetnoten
39a
Matt. 6:24.
Luc. 16:13.
b
Mos. 5:10.
  10 En nu, het zal geschieden dat wie ook de naam van Christus niet op zich neemt, met een aandere naam moet worden aangeduid; daarom bevindt hij zich ter blinkerhand Gods.
c
1 Joh. 2:22.
d
2 Ne. 9:9.
  9 En onze geest had hem gelijk moeten worden, en wij waren duivels geworden, aengelen van een duivel, om te worden buitgesloten van de tegenwoordigheid van onze God, en om bij de vader der cleugen te verblijven, in ellende, net zoals hijzelf; ja, van dat wezen dat onze eerste ouders heeft dverleid, dat zich welhaast in een eengel des lichts fverandert en de mensenkinderen ophitst tot ggeheime verenigingen om te moorden en tot allerlei geheime werken van duisternis.