De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat hoofdstuk 5.
HOOFDSTUK 5
  38 Zie, ik zeg u dat de goede aherder u roept; ja, en met zijn eigen naam roept Hij u, welke de naam van Christus is; en indien gij niet wilt bluisteren naar de stem van de cgoede herder, naar de dnaam waarmee gij wordt geroepen, zie, dan zijt gij niet de schapen van de goede herder.

Voetnoten
38a
b
Lev. 26:14–20.
LV 101:7.
  7 Zij waren traag om te aluisteren naar de stem van de Heer, hun God; daarom is de Heer, hun God, traag om te luisteren naar hun gebeden, om ze te verhoren ten dage van hun moeilijkheden.
c
3 Ne. 15:24.
  24 Maar zie, gij hebt zowel amijn stem gehoord als Mij gezien; en gij zijt mijn schapen en gij wordt gerekend onder hen die de Vader Mij heeft bgegeven.
3 Ne. 18:31.
  31 Maar indien hij zich niet bekeert, zal hij niet onder mijn volk worden gerekend, opdat hij mijn volk niet vernietigt, want zie, Ik ken amijn schapen, en zij zijn geteld.
d
Mos. 5:8.
  8 En onder dit hoofd zijt gij avrijgemaakt, en er is bgeen ander hoofd waaronder gij kunt worden vrijgemaakt. Er is geen andere cnaam gegeven waardoor redding komt; daarom wil ik dat gij de naam van Christus op u dneemt, gij allen die met God het verbond hebt aangegaan dat gij tot het einde van uw leven gehoorzaam zult zijn.
Alma 34:38.
  38 dat gij de Heilige Geest niet meer abestrijdt, maar dat gij Hem ontvangt en de bnaam van Christus op u neemt; dat gij u verootmoedigt, zelfs tot in het stof, en God in geest en in waarheid caanbidt, waar gij u ook bevindt; en dat gij leeft met dagelijkse ddankbetuiging voor de vele barmhartigheden en zegeningen die Hij u schenkt.