De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat hoofdstuk 5.
HOOFDSTUK 5
  34 Ja, Hij zegt: aKomt tot Mij en gij zult nemen van de bvrucht van de boom des levens; ja, gij zult com niet eten en drinken van het dbrood en de wateren des levens;

Voetnoten
34a
2 Ne. 26:24–28.
  24 Hij doet niets, tenzij het voor het welzijn der wereld is; want Hij heeft de wereld alief, zodat Hij zelfs zijn eigen leven aflegt teneinde balle mensen tot Zich te kunnen trekken. Daarom gebiedt Hij niemand om geen deel te hebben aan zijn heil.
3 Ne. 9:13–14.
  13 O, gij allen die zijt agespaard omdat gij rechtvaardiger waart dan zij, wilt gij nu niet tot Mij terugkeren, en u van uw zonden bekeren en tot inkeer komen, opdat Ik u kan bgenezen?
b
1 Ne. 8:11.
  11 En het geschiedde dat ik erheen ging en van de avrucht daarvan nam; en ik bemerkte dat ze zeer zoet was, zoeter dan alles wat ik ooit had geproefd. Ja, en ik zag dat de vrucht daarvan wit was en alle bwitheid die ik ooit had gezien, overtrof.
1 Ne. 15:36.
  36 Daarom worden de goddelozen afgescheiden van de rechtvaardigen, en ook van die aboom des levens, waarvan de vrucht zeer kostbaar en zeer bbegerenswaardig is boven alle andere vruchten; ja, en ze is de cgrootste van alle dgaven Gods. En aldus sprak ik tot mijn broeders. Amen.
c
2 Ne. 9:50–51.
  50 Komt, mijn broeders, al wie dorsten, komt tot de awateren; en wie geen geld heeft, komt kopen en eten; ja, komt wijn en melk kopen zonder bgeld en zonder prijs.
Alma 42:27.
  27 Daarom, o mijn zoon, awie ook wil komen, mag komen en om niet nemen van de wateren des levens; en wie niet wil komen, wordt niet gedwongen te komen; maar ten laatsten dage zal alles tot hem worden bhersteld naar zijn cwerken.
d