HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 48
23
Nu waren zij dat zij de wapens tegen de Lamanieten moesten opnemen, daar zij geen behagen schepten in het vergieten van bloed; ja, en dat was niet alles: zij waren bedroefd dat zij het middel waren waardoor zovele van hun broeders uit deze wereld naar een eeuwige wereld werden gezonden, onvoorbereid om hun God te ontmoeten.
Voetnoten
|