De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 48
  16 en ook dat God hun bekend zou maken waar zij heen moesten gaan om zich tegen hun vijanden te verdedigen en dat, door zo te handelen, de Heer hen zou bevrijden; en dat was wat Moroni geloofde, en zijn hart roemde erin; aniet in het vergieten van bloed, maar in het goeddoen, in het bewaren van zijn volk, ja, in het onderhouden van de geboden Gods, ja, en het weerstaan van ongerechtigheid.

Voetnoten
16a
Alma 55:19.
  19 Maar zie, dat was niet het verlangen van Moroni; hij schepte geen behagen in moord of abloedvergieten, doch hij schepte er behagen in zijn volk van de vernietiging te redden; en teneinde geen onrechtvaardigheid op zich te laden, wilde hij de Lamanieten niet overvallen en in hun dronkenschap vernietigen.