De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 47
  1 Nu keren wij in onze kroniek terug naar Amalickiah en hen die met hem de wildernis in waren agevlucht; want zie, hij had hen die hem vergezelden meegenomen en was naar het bland Nephi getrokken, onder de Lamanieten, en hij hitste de Lamanieten op tot toorn tegen het volk van Nephi, zodat de koning der Lamanieten een oproep liet uitgaan in geheel zijn land en onder geheel zijn volk, dat zij zich wederom moesten verzamelen om tegen de Nephieten ten strijde te trekken.

Voetnoten
1a
Alma 46:33.
  33 En het geschiedde dat Amalickiah met een klein aantal van zijn mannen vluchtte, en de rest werd overgeleverd in de handen van Moroni en teruggevoerd naar het land Zarahemla.
b
2 Ne. 5:5–8.
  5 En het geschiedde dat de Heer mij, aNephi, bwaarschuwde om van hen weg te gaan en de wildernis in te vluchten, en allen die met mij mee wilden gaan.
Omni 1:12–13.
  12 Zie, ik ben Amaleki, de zoon van Abinadom. Zie, ik wil u het een en ander zeggen over Mosiah, die tot koning over het land Zarahemla werd uitgeroepen; want zie, de Heer waarschuwde hem dat hij uit het land aNephi moest vluchten, en allen die naar de stem des Heren wilden luisteren, moesten eveneens met hem uit het land bwegtrekken, de wildernis in —