De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 46
  21 En zie, het geschiedde, toen Moroni die woorden had verkondigd, dat het volk te hoop liep met hun harnas om hun lendenen gegord, en zij scheurden hun klederen ten teken, ofwel als een verbond, dat zij de Heer, hun God, niet zouden verlaten; of met andere woorden, dat als zij de geboden van God overtraden, of tot overtreding vervielen, en zich aschaamden om de naam van Christus op zich te nemen, de Heer hen uiteen zou scheuren zoals zij hun klederen hadden gescheurd.

Voetnoten
21a
1 Ne. 8:25–28.
  25 En toen zij van de vrucht van de boom hadden genomen, keken zij om zich heen alsof zij zich aschaamden.
Mrm. 8:38.
  38 O gij verontreinigden, gij huichelaars, gij leraren, die uzelf verkoopt voor hetgeen verderft, waarom hebt gij de heilige kerk van God verontreinigd? Waarom aschaamt gij u om de naam van Christus op u te nemen? Waarom acht gij de waarde van eindeloos geluk niet groter dan die bellende die nooit sterft? Wegens de clof der wereld?