De Schriften
Studiemiddelen
|
Zoeken
|
Opties
|
Gemarkeerd
|
Help
|
Nederlands
Cebuano
Dansk
Deutsch
English
Español
Suomi
Français
Magyar
Bahasa Indonesia
Italiano
日本語
한국어
Nederlands
Norsk
Português
Svenska
Tagalog
ภาษาไทย
Faka-Tonga
繁體中文
LDS.org
►
Evangeliebiliotheek
►
De Schriften
►
Het Boek van Mormon
►
Alma
►
45
Zoeken op:
Zoeken
Verberg voetnoten
Afdrukken
< Vorige
Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 45 tot en met 62.
HOOFDSTUK 45
8 Toen zeide Alma tot hem: Gezegend zijt gij; en de Heer zal u in dit land
a
voorspoedig
maken.
Voetnoten
8
a
1 Ne. 4:14
.
14 Welnu, toen ik, Nephi, die woorden hoorde, herinnerde ik mij de woorden des Heren die Hij in de wildernis tot mij had gesproken, zeggende:
a
Voor
zoverre uw nageslacht mijn
b
geboden
onderhoudt, zal het
c
voorspoedig
zijn in het
d
land
van belofte.
Alma 48:15–16, 25
.
15 En dit was wat zij geloofden: dat door zo te handelen, God hen voorspoedig zou maken in het land, of met andere woorden, dat als zij getrouw waren in het onderhouden van de geboden Gods, Hij hen voorspoedig zou maken in het land; ja, hen zou waarschuwen om te vluchten, of zich op oorlog voor te bereiden, naargelang het gevaar;
De officiële Schriften van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
© 2010 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.
Informatie over rechten en gebruik
.
Privacybeleid
.
< Vorige
Volgende >