De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 45 tot en met 62.
HOOFDSTUK 45
  8 Toen zeide Alma tot hem: Gezegend zijt gij; en de Heer zal u in dit land avoorspoedig maken.

Voetnoten
8a
1 Ne. 4:14.
  14 Welnu, toen ik, Nephi, die woorden hoorde, herinnerde ik mij de woorden des Heren die Hij in de wildernis tot mij had gesproken, zeggende: aVoor zoverre uw nageslacht mijn bgeboden onderhoudt, zal het cvoorspoedig zijn in het dland van belofte.
Alma 48:15–16, 25.
  15 En dit was wat zij geloofden: dat door zo te handelen, God hen voorspoedig zou maken in het land, of met andere woorden, dat als zij getrouw waren in het onderhouden van de geboden Gods, Hij hen voorspoedig zou maken in het land; ja, hen zou waarschuwen om te vluchten, of zich op oorlog voor te bereiden, naargelang het gevaar;