HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 43
46
En zij deden hetgeen volgens hen de aplicht was die zij hun God verschuldigd waren; want de Heer had hun gezegd, en ook aan hun vaderen: bOmdat gij niet schuldig zijt aan de ergernis, noch aan de tweede, zult gij niet toelaten dat gij wordt gedood door de hand van uw vijanden.
Voetnoten
|