De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 42
  2 Zie nu, mijn zoon, ik zal u deze zaak uitleggen. Want zie, toen de Here God onze aeerste ouders had weggezonden uit de hof van bEden om de aardbodem te bebouwen waaruit zij genomen waren — ja, Hij haalde de mens eruit en Hij plaatste aan het oostelijke einde van de hof van Eden ccherubs en een vlammend zwaard dat zich naar alle kanten wendde om de dboom des levens te bewaken —

Voetnoten
2a
Gen. 3:23–24.
Moz. 4:28–31.
  28 En Ik, de Here God, zeide tot mijn Eniggeborene: Zie, de amens is geworden als een van Ons om goed en kwaad te bkennen; en nu, opdat hij niet zijn hand zal uitstrekken en ook cnemen van de dboom des levens, en eten en voor eeuwig leven,
b
c
d
Gen. 2:9.