HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 40
26
Maar zie, een vreselijke adood komt over de goddelozen; want zij sterven ten opzichte van dingen die met de dingen der gerechtigheid te maken hebben; want zij zijn onrein, en niets kan het koninkrijk Gods beërven; want zij worden uitgeworpen en overgeleverd om de vruchten te nuttigen van hun arbeid, of hun werken, die kwaad zijn geweest; en zij drinken de droesem van een bittere beker.
Voetnoten
|