HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 40
21
Maar of het bij zijn opstanding of daarna zal zijn, zeg ik niet; maar ik zeg wél dat er een is tussen de dood en de opstanding van het lichaam, en een staat van de ziel in bgeluk of in cellende tot het tijdstip, dat door God is gesteld, waarop de doden tevoorschijn zullen komen en worden herenigd, zowel ziel als lichaam, en voor God worden dgebracht en naar hun werken geoordeeld.
Voetnoten
|