De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 40
  21 Maar of het bij zijn opstanding of daarna zal zijn, zeg ik niet; maar ik zeg wél dat er een aruimte is tussen de dood en de opstanding van het lichaam, en een staat van de ziel in bgeluk of in cellende tot het tijdstip, dat door God is gesteld, waarop de doden tevoorschijn zullen komen en worden herenigd, zowel ziel als lichaam, en voor God worden dgebracht en naar hun werken geoordeeld.

Voetnoten
21a
Luc. 23:39–43.
b
c
d
Alma 42:23.
  23 Maar God houdt niet op God te zijn, en de abarmhartigheid maakt aanspraak op de boetvaardigen, en de barmhartigheid is het gevolg van de bverzoening; en de verzoening brengt de copstanding der doden teweeg; en de opstanding der doden voert de mensen dterug in de tegenwoordigheid Gods; en aldus worden zij in zijn tegenwoordigheid teruggebracht om te worden egeoordeeld naar hun werken, volgens de wet en de gerechtigheid.