De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 40
  14 Welnu, dat is de staat van de ziel der agoddelozen, ja, in duisternis, en in een staat van een vreselijk en bangstig uitzicht op de vurige gramschap van de verbolgenheid Gods over hen; en zo verblijven zij in die cstaat, evenals de rechtvaardigen in het paradijs, tot het tijdstip van hun opstanding.

Voetnoten
14a
LV 138:20.
  20 Maar naar de agoddelozen ging Hij niet, en onder de zondaars en onbekeerlijken, die zich bbezoedeld hadden terwijl zij in het vlees verkeerden, verhief Hij zijn stem niet;
b
Jakob 6:13.
  13 Tot besluit zeg ik u vaarwel totdat ik u zie voor het aangename gerecht van God, welk gerecht de onrechtvaardigen vervult met aontzagwekkende angst en vrees. Amen.
Moz. 7:1.
  1 En het geschiedde dat Henoch zijn rede voortzette, zeggende: Zie, onze vader Adam heeft in deze dingen onderwezen, en velen hebben geloofd en zijn de azonen van God geworden; en velen hebben niet geloofd en zijn in hun zonden omgekomen, en zien met bvrees, onder kwelling, de vurige gramschap van de verbolgenheid Gods tegemoet die op hen zal worden uitgestort.
c
Alma 34:34.
  34 Wanneer gij tot dat vreselijke apunt zijt gebracht, kunt gij niet zeggen: ik zal mij bekeren, ik zal tot mijn God terugkeren. Neen, dat kunt gij niet zeggen, want diezelfde geest die uw lichaam in bezit heeft ten tijde dat gij uit dit leven vertrekt, diezelfde geest zal macht hebben om uw lichaam in die eeuwige wereld te bezitten.