De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 4
  8 Want zij zagen en aanschouwden met grote droefenis dat het volk der kerk zich in de ahoogmoed van hun ogen begon te verheffen en hun hart op rijkdommen en op de ijdelheden der wereld begon te zetten; dat zij elkaar begonnen te minachten en diegenen begonnen te vervolgen die bniet naar hun wil en welbehagen geloofden.

Voetnoten
8a
b
Alma 1:21.
  21 Nu was er een strenge wet onder het volk der kerk dat niemand die tot de kerk behoorde, hen mocht gaan avervolgen die niet tot de kerk behoorden, en dat er geen onderlinge vervolging mocht zijn.