HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 4
8
Want zij zagen en aanschouwden met grote droefenis dat het volk der kerk zich in de ahoogmoed van hun ogen begon te verheffen en hun hart op rijkdommen en op de ijdelheden der wereld begon te zetten; dat zij elkaar begonnen te minachten en diegenen begonnen te vervolgen die naar hun wil en welbehagen geloofden.
Voetnoten
|