De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 4
  20 En aldus droeg Alma de rechterstoel over aan aNephihah in het begin van het negende jaar van de regering der rechters over het volk van Nephi, en zelf wijdde hij zich geheel aan het bhoge priesterschap van de heilige orde Gods, en aan het getuigenis van het woord, volgens de geest van openbaring en profetie.

Voetnoten
20a
Alma 8:12.
  12 En nu weten wij dat gij, omdat wij niet van uw kerk zijn, geen macht over ons hebt; en gij hebt de rechterstoel overgedragen aan aNephihah; daarom zijt gij niet de opperrechter over ons.
b
Mos. 29:42.
  42 En het geschiedde dat Alma als eerste opperrechter werd aangesteld, en hij was tevens de hogepriester, want zijn vader had hem het ambt verleend en had hem belast met de zorg voor alle zaken der kerk.
Alma 5:3, 44, 49.
  3 Ik, Alma, die door mijn vader Alma ben agewijd tot bhogepriester over de kerk van God — en hij had de macht en het cgezag van God om die dingen te doen — zie, ik zeg u dat hij een kerk begon te vestigen in het dland dat in de grensstreek van Nephi lag; ja, het land dat het land Mormon werd genoemd; ja, en hij doopte zijn broeders in de wateren van Mormon.