HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 39 tot en met 42.
HOOFDSTUK 39
9
Welnu, mijn zoon, ik wil dat gij u bekeert en uw zonden verzaakt en niet meer de abegeerten van uw ogen najaagt, maar dat gij u in al die dingen ; want tenzij gij dat doet, kunt gij geenszins het koninkrijk Gods beërven. O, denk daaraan en neem het op u om uzelf in die dingen te verloochenen.
Voetnoten
|