De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat hoofdstuk 38.
HOOFDSTUK 38
  5 En nu, mijn zoon Shiblon, wil ik dat gij bedenkt dat gij, naarmate gij uw avertrouwen in God stelt, in diezelfde mate zult worden bbevrijd uit uw bezoekingen en uw czorgen en uw benauwingen, en ten laatsten dage zult worden verhoogd.

Voetnoten
5a
Alma 36:27.
  27 En ik ben in beproevingen en moeilijkheden van iedere aard, ja, en in allerlei benauwingen, geschraagd; ja, God heeft mij uit de gevangenis en van banden en van de dood bevrijd; ja, en ik stel mijn vertrouwen in Hem, en Hij zal mij steeds abevrijden.
b
Matt. 11:28–30.
c
LV 3:8.
  8 toch had u getrouw moeten zijn; en Hij zou zijn arm hebben uitgestrekt en u hebben beschermd tegen al de brandende apijlen van de btegenstander; en Hij zou in alle tijden van cnood bij u zijn geweest.
LV 121:7–8.
  7 Mijn zoon, vrede zij uw ziel; uw ategenspoed en uw ellende zullen slechts van korte duur zijn;